Wat ik leerde van ‘Ik (k)en mijn ikken’

We hebben vaak innerlijke dialogen. ‘Aan de ene kant wil ik dit, maar aan de andere kant wil ik dat.’ Meestal neemt een kant de beslissing zonder dat je goed naar beide kanten hebt geluisterd. Je leven wordt geleid door de kant die het hoogste woord voert.

Voice dialogue

Het boek Ik ken mijn ikken van Karin Brugman, Judith Budden en Berry Collewijn legt dit verschijnsel uit op een speelse manier. Het is een vorm van Voice Dialogue. Eigenlijk zijn al jouw kanten die elkaar tegenspreken ikken, of anders gezegd: subpersonen. Het is als een bus. Jij bent de chauffeur. De chauffeur is jouw ware ik, alleen die zit bijna nooit achter het stuur. De ikken nemen namelijk steeds het stuur over. Je kan zelfs gaan denken dat zij de chauffeur zijn.

Welke subpersoon achter het stuur zit, verschilt per situatie. Bepaalde ikken zitten voor in de bus en nemen vaak het stuur over. Andere ikken zitten achterin; die komen niet zo vaak aan het woord. Sommige ikken zitten zelfs in de kofferbak. Je hebt ze verstoten en kent ze eigenlijk helemaal niet meer.

Allemaal ikken

Er zijn eindeloos veel ikken. Eigenlijk kan elke menselijk eigenschap een subpersoon worden. In het rijtje hieronder staan een paar belangrijke.

  • Innerlijke kind: Je gevoelige, open, afhankelijke kant. Deze kant is ontstaan als baby en is een belangrijk deel van je ware ik.
  • Innerlijke criticus: Zoals de naam als zegt, heeft deze subpersoon alleen maar kritiek op jou. Je doet alles verkeerd en niks is goed aan je.
  • Pleaser: Voelt aan wat anderen prettig vinden. Als je doet wat de ander fijn vindt, wordt hij blij.
  • Pusher: Wil alleen maar doorwerken, niet stilstaan. Stilzitten is lui en negatief.
  • Je hebt ook talloze paartjes: Perfectionist/levensgenieter, introvert/extravert, optimist/pessimist, dromer/doener, dader/slachtoffer, grijze muis/spontane ik, rebel/brave, afhankelijke/onafhankelijk, ambitieuze/doelloze, angstige/zorgeloze, ga zo maar door.

Een bus vol ikken

De subpersonen die voorin de bus zitten, zijn je primaire ikken. Ze staan als een bescherming tussen je innerlijke kind en de buitenwereld in. Ze willen pijn en gevaar voorkomen, die jouw innerlijke kind aantasten. Zolang de chauffeur niet in staat is om de leiding te nemen, nemen je ikken het over. Je kiest niet meer voor een bepaald supersoon, maar het gaat vanzelf. Dit kan je keuzevrijheid beperken, of je kan je ergeren aan jezelf. Ikken die je vroeger van dienst waren, kunnen je nu in de weg zitten.

Waneer een bepaald subpersoon aan het stuur komt, gaat de tegenovergestelde ik in de kofferbak. Even een voorbeeldje ter verduidelijking. Stel je hebt een gigantische dip gehad op werk en je hebt in het bijzijn van al je collega’s gehuild. Zij reageerden niet sympathiek en je schaamt je voor je emotionele bui. Vervolgens heb je besloten om de zakelijke ik aan het stuur te laten en de emotionele ik in je kofferbak te gooien.

Soms komen deze onderdrukte ikken ineens naar buiten. Bijvoorbeeld wanneer toch in huilen uitbarst bij anderen, omdat je je zo lang hebt grootgehouden. De ikken poppen even op, maar gaan daarna met schaamte weer terug naar de kofferbak, omdat je ze nog steeds afwijst.

Ikken en je contact met anderen

Wanneer twee mensen elkaar ontmoeten, ontmoeten eigenlijk twee groepen subpersonen elkaar. Bij een bindingspatroon neemt één subpersoon het stuur van je persoonlijkheid over, zowel bij jou als bij de ander. Je kunt nu alleen nog maar reageren met de manieren van de subpersoon. Bijvoorbeeld: jij bent in je relatie heel dominant en je partner is heel inschikkelijk. Zo’n bindingspatroon kan in het begin fijn aanvoelen. Je stapt gemakkelijk in die rol, maar blijft daar in hangen. Op gegeven moment wil jij ook dat je partner eens de leiding neemt. Het kan zijn dat dit niet meer zomaar op een natuurlijke manier gaat. Het is daarom altijd goed om relaties te evalueren. Hoe zijn de verhouding verdeelt? Wat zijn ieders taken? Werken we goed samen? Ook zijn twee belangrijke vragen: ‘Wat doe ik niet, wat ik wel wil?’ en ‘Wat doe ik wel, wat ik niet wil?’

Het innerlijke kind

Omdat je subpersonen je beschermen, ben je het innerlijke kind in jezelf kwijtgeraakt. Daarmee is ook je gevoeligheid, speelsheid en fantasie minder. Als kind leefde je op intuïtie, maakt je lol en was je vitaal. Dit heb je losgelaten toen de ikken je gingen beschermen. Om een echte connectie met jezelf en anderen te maken, heb je het contact met je innerlijke kind weer nodig. Hoe je de goede kanten van je innerlijke kind weer terugkrijgt, leer je in het boek. Een voorbeeld is: het herkennen van het kind en kijken wat het nodig heeft.

Losmaken van je ikken

Als je je losmaakt van je primaire ikken, kan dat kwetsbaar voelen. Het is niet zo dat je je primaire subpersonen wegstuurt. Je omarmt allebei en kiest welke je in bepaalde situaties wil gebruiken. Hoe kom je los van die subpersonen? Ook dit leer je in het boek. De key is eigenlijk het herkennen. Ze zien er er van een afstand naar kijken. Al je ikken omarmen en je beseffen dat je ze in kan zetten, wanneer jij dat wil. Zo kan de chauffeur (je ware ik) steeds vaker aan het stuur komen.

Dit is wat ik geleerd heb van het boek ‘Ik (k)en mijn ikken‘. Het is wat uitgebreid, maar ik vond het dan ook een heel leerzaam boek. Het vertelt op een simpele manier hoe je kan omgaan met verschillende kanten van jezelf.

Wat ik leerde van het boek Angst van Thich Nhat Hanh

Angst is iets wat je helemaal kan aangrijpen. Zelfs wanneer je weet dat het onnodig en onredelijk is, is het moeilijk om zomaar te stoppen met piekeren. Zelf kan ik er ook wat van, maar toch merk ik dat het steeds minder wordt. Door er over te lezen en het te begrijpen, kun je het makkelijker loslaten. Verschillende boeken hebben me hierbij geholpen en het boek Angst van Thich Nhat Hanh is daar één van.

Hoe meer ik me verdiep in angst en piekeren, hoe meer ik er achter kom dat het iets is wat niet van de ene op de andere dag overgaat. Je kunt het voornemen: ‘vanaf vandaag ga ik niet meer piekeren!’, maar dat werkt niet helaas. Vertrouwen in plaats van angst is echt als een soort ei dat je moet leggen. Het duurt lang, maar ineens is het er. Dan denk je: ‘hé, vroeger zou ik hier heel bang van geworden zijn, maar dat ben ik nu niet.’ Zo is het in ieder geval bij mij gegaan. Natuurlijk ben ik soms nog wel eens angstig zonder goede reden, maar het vervaagt sneller dan vroeger en ik vind dat ik er beter mee kan dealen.

Hieronder zal ik een paar inzichten omschrijven die ik heb opgedaan uit het boek Angst. Het is een dun boek van 143 en je leest er makkelijk en snel doorheen.

Angst komt vaak vanuit je jeugd. Als kind was je bang voor dingen. Tijdens het opgroeien heb je geen tijd gehad om die angsten te relativeren. Het is daarom goed om in gedachten terug te gaan naar dat kind en om te vertellen dat het niet bang hoeft te zijn er waarom.

Angst, woede en zorgen moet je niet wegduwen. Je zou er liefdevol naar moeten kijken en het omarmen. Daardoor worden de emoties stiller.

We lijden door een denkbeeldig mes in ons hart. Met kwetsende woorden kun je bij anderen een mes creëren. Denk bijvoorbeeld aan opmerkingen van ouders naar kinderen. Zelf zien we dit mes niet, maar we doen er anderen wel pijn mee in contact met hen. We moeten eerst dit mes weghalen bij onszelf en daarna anderen helpen met dit mes weghalen. 

Concentratie, compassie en mededogen kunnen dit mes en daarmee de haat, angst en woede weghalen.

Maar hoe doe je dit? Meer compassie en mededogen krijgen? Er zijn verschillende tips die in het boek gegeven worden:

  • Begrijp waarom anderen jou steken.
  • Begrijp waarom anderen verkeerde opvattingen over jou hebben.
  • Vraag desnoods waarom ze jou een pijnlijke opmerking hebben gegeven.
  • Adem en loop.
  • Luister diepgaand en praat liefdevol.

Wanneer we dit allemaal wat meer zouden doen, zouden we meer positieve energie verspreiden, omdat we stabiliteit, stevigheid, vrijheid en vreugde uitstralen. Wat hierbij helpt is om meer liefde voor anderen te voelen. Hiervoor heb je een paar mantra’s.

  • Ik ben er voor je.
  • Ik weet dat je er bent en ik ben zo gelukkig.
  • Ik weet dat je lijdt en daarom ben ik er voor je.
  • Ik lijd ook en jij kan me helpen.

Een mantra’s is een woord of zin die je herhaalt, waardoor je er de focus op legt. Hierdoor gaat de betekenis ervan echt in je zitten, ook nadat je de oefening hebt gedaan.

Aandachtig ademhalen of aandachtig lopen brengt ons in aanraking met de wonderen van het leven en dat is wat ons gelukkig maakt.

In het boek stonden ook oefeningen om angst te verminderen en eentje sprak me wel aan. Hierbij zeg je tegen jezelf: “Ik adem in en ben me ervan bewust dat er spanning en pijn in mijn lichaam is. Ik adem uit en kalmeer de spanning en pijn in mijn lichaam en laat die los.”

Wat vond ik van het boek?

Zoals je ziet heb ik wat mooie inzichten uit het boek gehaald. Toch vond ik soms wel héél diepgaand en spiritueel. Dat is niet zo gek, want het is geschreven voor een boeddhistische monnik. Zo nu en dan was het wat lastig en moest ik de zin meerdere keren opnieuw lezen om hem te begrijpen. Ik ben zelf wat meer van de zelfhulpboeken die vlotter lezen en minder diepzinnig zijn. Toch vond ik Angst een toevoeging aan m’n gelezen boeken over dit onderwerp, omdat het met totaal nieuwe ideeën over angst kwam, wat me echt aan het denken zette.

Dit artikel bevat affiliate links. Dit zijn links waarover ik een kleine commissie krijg als je het product bestelt 🙂

Review: Rebible van Inez van Oord

Al in de zomervakantie van 2018 las ik een klein stukje in de Happinez over Inez en haar boek Rebible. Toen kwam ik het nog een paar keer tegen en het boek bleef regelmatig terugkeren in mijn gedachten. Een paar maanden terug besloot ik toch maar het boek als e-book te bestellen.

Met deze review probeer ik niet te zeggen wat wel en niet waar is, maar de andere kijk op de Bijbel van Inez in het kort te verwoorden. Daarnaast vertel ik of ik me er in kan vinden of niet.

In Rebible gaat Inez samen met haar broer Jos op zoek naar de achterliggende betekenissen van de verhalen uit de Bijbel. Ze gaan dus een nieuwe manier zoeken om de Bijbel te lezen. Moeten we het allemaal wel zo letterlijk nemen? En welke wijze lessen zitten er achter de verhalen verstopt? Inez is wat meer op het spirituele pad, terwijl Jos een theoloog is. De interactie tussen deze twee verschillende mensen is erg interessant om te lezen. Sommige meningen verschillen, maar met een open blik zijn er nog best veel overeenkomsten tussen de twee kanten te vinden. Zou het dan toch allemaal één zijn?

Misschien is het handig om kort wat te vertellen over mijn achtergrond. Ik ben van mezelf wat meer geneigd naar spiritualiteit, maar ik ken veel christenen. Vanuit huis heb ik qua geloof niet veel meegekregen, maar ik heb wel altijd op christelijke scholen gezeten. Eigenlijk heb ik er niets mee of tegen, maar ik vind het interessant om er over te leren.

“De Bijbel is niet het woord van god, maar het woord van de mens over god”

“De Bijbel is niet het woord van God, maar het woord van de mensen over God”. Dit vind ik een heftige uitspraak om te doen, maar ik kan me er ergens wel in vinden. De Bijbel is een door mensen samengesteld boek met verhalen die eeuwenlang mond op mond zijn doorgegeven. Sommigen kunnen het woord voor woord letterlijk nemen, maar ik kan dat niet. Maar moet je het zo letterlijk lezen of is de achterliggende gedachte waar het echt om gaat? En heeft God een stem? Gebruikt hij woorden en geschrift? Of minimaliseren wij God dan tot een maat die bij ons past? Proberen we hem te vermenselijken? Vang je met de verhalen slechts en glimp op van wat God is?

“We doen allemaal pogingen om het onzegbare in woorden te vatten, maar eigenlijk is stilte de enige taal waarin God en de mensen elkaar kunnen spreken. De essentie gaat soms juist door woorden verloren”

“Het boek is een soort brug tussen de christelijke wereld en de spirituele wereld”

Eigenlijk is dit boek een spirituele opvatting van de Bijbel, en vooral een persoonlijke opvatting van de Bijbel. Inez heeft de verhalen op een bepaalde manier geïnterpreteerd, maar jij of ik zouden de verhalen weer op een andere manier kunnen opvatten. Het gaat om het idee, dat als je de Bijbel niet letterlijk kan of wil lezen, er ook andere manieren zijn om de verhalen betekenis te geven. Of het boek christelijk is, durf ik niet te zeggen. Het boek zegt dat er een God bestaat, maar ik weet niet of elke christen het eens zou zijn met wat Inez over de Bijbel schrijft. Soms vind ik haar wel heel aanvallend naar de Bijbel toe.

Ik vind Rebible een interessant en goed boek, maar ik weet niet of ik het met alles eens ben. Aan de ene kant vind ik het mooi hoe ze een link legt tussen het geloof en spiritualiteit. Aan de andere kant denk ik dat christenen dit als ‘niet kloppend’ zouden zien en dat het dus eigenlijk meer spiritueel is dan christelijk. Maar waarom zou je dan de bijbel gebruiken, als het niet christelijk bedoeld is? Waarom zou je je dan überhaupt bezig houden met (on)juistheden uit de Bijbel? Het blijft een ingewikkeld onderwerp, geloof.

Dit artikel bevat affiliate links. Dit zijn links waarover ik een kleine commissie krijg als je het product bestelt 🙂